fr nl en


 

Enkele historische gegevens (P. Jean-Marie Van Cangh) 

 1. De Oosterse christenen - doelgroep van Werk voor het Oosten - zijn voor ons zo belangrijk, omdat het christelijk geloof ons door hen werd doorgegeven. We mogen niet vergeten dat Jezus een Jood was uit Israel, dat de Apostelen Joden waren uit Galilea en Palestina en dat zij de Blijde Boodschap verkondigd hebben in het Nabije Oosten, nog vooraleer zij in het Westen werd verspreid. In de eerste Kerken van Jeruzalem en van Antiochië in Syrie sprak men de taal van Jezus: nl. Aramees. Zij hebben het geloof aan het Westen doorgegeven. De apostel Paulus, die het evangelie verkondigde in Klein-Azië, in Griekenland en tenslotte in Rome, bekeerde zich in Damascus en werd daar als christen onderwezen, evenals in Antiochië, waar men een beetje Grieks, doch vooral Aramees sprak. De leerlingen van Jezus werden er voor het eerst 'christenen' genoemd (Handelingen 9, 20-30 en 11, 22-26).

2. Werk voor het Oosten werd in 1984 als Belgische tak van «l'Oeuvre d'Orient» een onafhankelijke organisatie. Met zijn 125.000 leden doet «l'Oeuvre d'Orient» nog steeds belangrijk sensibiliseringswerk door aandacht te blijven vragen voor onze christelijke broeders in het Oosten. Zij biedt hun ook aanzienlijke materiële en geestelijke steun. «L'Oeuvre d'Orient» werd in 1856 te Parijs gesticht, op initiatief van enkele professoren van de Sorbonne en onder impuls van Baron Cauchy van het Institut, die een belangrijk wiskundige was. Zij stelden een jonge collega, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Sorbonne, pater Charles Martial Lavigerie (1825-1892), aan tot de eerste directeur-generaal van het Werk van de Scholen voor het Oosten, zoals het eerst genoemd werd. Lavigerie verliet het werk in 1861 en maakte vervolgens carrière in de kerk: in 1863 werd hij bisschop van Nancy, vervolgens aartsbisschop van Alger in 1867; in 1882 werd hij kardinaal. Te Alger stichtte hij onder meer de Sociëteit van de Missionnarissen van Afrika (1868), ook «Witte Paters» geheten. Oeuvre d'Orient kreeg veel weerklank in België vanaf de jaren 1920, dankzij de Benediktijn Dumont en Mgr. Edouard Beauduin (neef van Dom Lambert Beauduin, de stichter van de abdij van Chevetogne), die een Belgische afdeling oprichtte na de tweede wereldoorlog. Vanaf 1984 droegen twee opeenvolgende directeurs van het Bulletin, elk vanuit zijn specialisme, veel bij tot Werk voor het Oosten: pater Serge Descy, priester van de Grieks Melkitische Kerk en Christian Cannuyer, professor aan de Faculteit Godgeleerdheid van Rijsel, alsook pater Jean-Marie Van Cangh, dominicaan en professor aan de UCL, directeur en afgevaardigd beheerder van de vereniging.

Doel van Werk voor het Oosten is de noodlijdende christenen van de Oosterse Kerken te steunen, zowel in Azië als in Afrika (Egypte, Ethiopië), zowel katholieke als orthodoxe (die in het oosten het talrijkst zijn).

3. Concreet steunen wij elk jaar een weeshuis in Saida (Zuid-Libanon), Syrische christenen te Mossoel (Irak) en te Qatna (Syrië), het werk van St. Vincentius a Paolo in Jeruzalem, een medisch centrum in Kerala (Indië), een Koptisch bisschop voor irrigatiewerken en een school in Zuid-Egypte. We trachten oproepen voor dringende hulp te beantwoorden, die ons steeds weer bereiken. Zo zet ik me speciaal in voor de vorming van jonge priesters uit het Oosten aan de Faculteit Theologie en Oosterse studies van de UCL. Priesters uit Syrië, Palestina, Libanon, Indië en Rusland hebben op die manier gedurende de laatste vijf jaar een licentie of een doctoraat behaald, waardoor zij hun culturele vorming ten dienste kunnen stellen van de Kerken in hun eigen land, als professoren aan een seminarie of een universiteit. De culturele en religieuze rijkdom van de Oosterse Kerken moet in vele gevallen echter nog ontdekt worden in het Westen, dat zelf een dringende nood heeft aan spiritualiteit en mystiek.

4. Een historische noot. De orthodoxe Kerken die wij steunen zijn niet alleen de christenen van de Byzantijnse traditie uit Oost-Europa (Griekenland, Rusland, Servië, Roemenië, Bulgarije, enz.) en van het Midden Oosten (Grieks-orthodoxe patriarchaten van Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem), die voortkomen van het Oosters schisma van 1054, maar ook de zogenaamde pre-Chalcedoniaanse Kerken, Toen het christologisch concilie van Chalcedon van 451 de eenheid van de persoon van Christus en de dualiteit van zijn menselijke en goddelijke natuur definieerde, maar eigenlijk al in Efese (431), kwamen twee theologische strekkingen tegenover elkaar te staan, die elk een verschillende christologie hebben ontwikkeld:

   * De Alexandrijnse, 'monofysitische' school die, trouw aan Cyrillus van Alexandrië, één goddelijke natuur of physis van Christus belijdt, op gevaar de menselijke natuur van Christus geheel te laten opgaan in zijn goddelijkheid. Jezus dreigt dan volgens sommigen een god te worden die de menselijke zwakte en het lijden niet meer ten volle deelt. Hierbij sluiten de Syrische Jacobieten aan, de Kopten van Egypte en Ethiopië en de Armeniërs. Vanaf de 16e e. sloten sommigen van hen aan bij de Kerk van Rome (de uniaten).

  * De school van Antiochië, vertegenwoordigd door Nestorius, die zozeer de nadruk legde op de menselijkheid van Jezus, dat een aantal goddelijke kenmerken in het gedrang komen. Zo is Maria geen Theotokos, « Moeder van God», maar Christotokos:  de moeder van de mens Jezus. Dit is de leer van Assyrische Kerk, die in Perzië en Mesopotamië (tegenwoordig Iran en Irak) aanwezig is. Sinds 1553 is er ook een katholieke tak: de Chaldese Kerk.

De christenen in Indië, Thomas-christenen geheten, zijn verdeeld in twee groepen (de Syro-Malankar- en de Syro-Malabar-christenen). Beide kerken stammen af van de Assyrische, nestoriaanse Kerk, maar ten gevolge van de kolonisatie door de Portugezen zochten zij vanaf 1653 aansluiting bij de Katholieke Kerk van Syrische ritus (Syro-Malabaarse Kerk) en bij de Syrisch-Jacobieten (Syro-Malankaarse Kerk). Tegenwoordig leven er in zuidelijk Indië zelfs negen verschillende kerkelijke denominaties naast elkaar!

Deze laatste bemerking (over het naast elkaar leven van orthodoxe en katholieke oosterse Kerken) toont ons meteen dat de oude twisten die eerbiedwaardige kerken hebben verscheurd, niet meer van deze tijd zijn. In feite belijden zij hetzelfde geloof in dezelfde Jezus Christus als de Rooms-katholieke Kerk. Denken we aan de recente overeenkomsten (1994), ondertekend door Johannes Paulus II en Mar Dinkha IV , Patriarch van de Assyrische Kerk, die erkennen dat beiden eenzelfde geloof belijden in Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens. Belangrijk is dat dit akkoord mogelijk werd dank zij de inspanningen van het Secretariaat voor de Eenheid van de Christenen in Rome, maar ook dank zij het theologisch onderzoek van onze betreurde collega en vriend, pater André de Halleux (franciscaan, professor UCL).

Uit dit kort historisch overzicht willen we besluiten dat er een definitief einde moet komen aan eeuwenoude twisten, door te erkenmen dat we met hen in feite een gemeenschappelijk geloof delen in Christus, God en Mens. De christenen in het Midden-Oosten zijn bovendien onze beste vertegenwoordigers voor een constructieve dialoog met de Islam. Maar wat zien we? Vele christenen verlaten hun land op zoek naar betere levensomstandigheden. In twintig jaar is het aantal christenen in Jeruzalem gedaald van 50.000 naar 10.000! Als we onze Oosterse medechristenen niet krachtig steunen, zullen ze weldra verdwenen zijn en zal de ware dialoog met de Islam verstommen. Dit terwijl de islamwereld zelf in volle expansie is.


 

 

mailto:orient.oosten@swing.be logos homepage